Graag zou ik willen schrijven zoals K. Schippers autorijden zag:

Er stapt een man in een auto
verricht de nodige handelingen
voor het rijden
en rijdt daarna
dan ook
inderdaad weg

De nodige handelingen. Voor mij is het een soort collageproces: ik heb mijn roman al voor de helft, vertel ik mezelf, maar dan verspreid over zeven notitieboekjes, kladjes, Evernote-aantekeningen en audio-opnamen ingesproken op mijn telefoon in de regen langs het kanaal. Ik zet ze nu allemaal in het programma Scrivener, want Word is een stom programma (nee ik wil geen smiley, nee ik wil geen lijstje, waarom begint mijn documentnaam met een dollarteken, en dat je VIER keer moet enteren om fatsoenlijke kopjes te maken die ook daadwerkelijk zichtbaar zijn in een menuuurgh). In Scrivener kun je al je losse flarden heen en weer schuiven als indexkaartjes of bierviltjes, zie je direct dubbelingen en kun je lukraak door elkaar werken in plaats van lineair, zoals Word van je eist. In Scrivener kun je je scherm ook geel maken, in plaats van dat akelig neutrale ziekenhuiswit. Gewoon een gezellig geel scherm zonder bizarre menu’s met daarin genesteld ook weer menu’s. En ja, ik ben weer gigantisch aan het uitstellen door me druk te maken over knopjes en fonts. Daar heb ik dan ook vorig jaar een Deadline Bureau voor bedacht.

Welke handelingen zijn nodig? Verzinnen en noteren, of dat nu met een potlood is of op de PC. En doorzetten. Ik hou van deze quote van E.L. Doctorow: “writing is like driving at night in the fog. You can only see as far as your headlights, but you can make the whole trip that way.”

Oftewel: het is mistig, maar toch wil ik op reis.

Deel mij!