Een verhaal uit 2010. Vervang keurmeester gerust door recensent.

Meer dan een miljoen mensen in dit land bouwen tafels als hobby. Slecht 0,1 % kan dit professioneel doen, een enkeling daarvan kan er riant van leven. Maar dat selecte groepje succesvolle vaklui geeft ons land een ongekende culturele, intellectuele en maatschappelijke boost. Een verhoogd BNP, trotse inwoners, export naar minder fortuinlijke landen. Iedereen wil het nieuwe toptalent zijn. Maar een wens is nog geen product. Daarom reizen keurmeesters het hele land door. Op zoek naar nieuwe grootmeesters om bij de selecte stal van topambachtslui te komen. Om te praten in talkshows en quizzen en demonstraties te geven voor het grote publiek. Om ze te verheffen met hun kunde. Het publiek dat stiekem denkt: ‘dat kan ik ook. Dat wil ik ook’.

De keurmeester zette zijn rode gedeukte Volvo op de oprijlaan van de villa en opende zijn aktetas. Bekeek zijn rondelijst, controleerde het adres. Dit was toch echt de juiste straat, maar hij had niet zo’n groot huis verwacht. Hij kwam meestal in flats, rijtjeshuizen, bovenwoningen. De blinkend witte villa voor hem had drie verdiepingen, grote sparren in de tuin en een brede oprijlaan van fonkelend gitzwart grint. De fuga van Bach stopte samen met het horten en stoten van de motor. De keurmeester controleerde zijn tanden in de achteruitkijkspiegel, nam een pepermuntje en opende het portier. 

Meteen ging de voordeur open. Een man in driedelig pak sprintte de oprijlaan op. De keurmeester stapte uit de auto en de man dook bovenop hem om direct daadkrachtig zijn hand te kunnen schudden. Hij deed dit zo snel en enthousiast dat de keurmeester zich verslikte in zijn pepermuntje. Hij hoestte en liep rood aan. De zakenman klopte hem hard op zijn rug, met vlakke hand, tot de keurmeester het witte tabletje op het grint hoestte.  
De keurmeester ging terug in de Volvo zitten, sloot het portier en depte met een zakdoek de tranen uit zijn ogen. De zakenman keek naar de grond en schopte wat grint over het pepermuntje heen.
   De keurmeester rekte het moment. Langzaam pakte hij zijn aktetas van de passagiersstoel, opende de leren flap om wat formulieren te herschikken en stapte opnieuw uit de auto. Hij sloot het portier zorgvuldig af en gaf de zakenman zijn meest ferme en knellende handdruk. De zakenman glimlachte schuldig, gebaarde richting de voordeur en ging zwijgend voorop.

Koude koffie uit een duur automaat. De keurmeester hing het topje van zijn wijsvinger in het kopje terwijl de zakenman honderduit vertelde over zijn levenswerk, dat nu eindelijk voltooid was. Hij vertelde over structuur, materiaalkeuze, toekomstvisies. De keurmeester zette het halfvolle kopje terug op het schoteltje en schraapte zijn keel.
   “Ik zou liever meteen uw werk willen bekijken. Dan kunnen we daarna iets realistischer over een mogelijke toekomst praten.”

De zakenman leidde de keurmeester door een lange zwarte keuken en een witte bijkeuken vol apparatuur, naar de garage aan de achterkant van het huis. Het was warm en donker in de garage, die gevuld was met de zoete geuren van lijm en pas gezaagd hout. De zakenman sloot de deur en liet de keurmeester even in het halfduister staan, tot hij met een druk op een dikke zwarte afstandbediening de garagedeur opende.      
   Zacht zoemend gleed de stalen deur open, het fletse zonlicht vulde langzaam de ruimte. Midden in de garage stond een donkere houten tafel. Een flinke eettafel, hoog op de poten, met een vierkant blad. Het daglicht won aan kracht en de streep werd breder en feller. Het hout van de tafel leek er op te reageren en glinsterde de twee mannen steeds krachtiger tegemoet.
   De keurmeester negeerde de lichtshow en hield zijn hoofd schuin. Hij kuchte nadrukkelijk en sprak.
   “Hij heeft maar drie poten.”

De zakenman staarde hem aan.
   “Excuseer?”
   “Uw tafel. Het eerste wat me zo opvalt is dat hij maar drie poten heeft. Mag ik vragen waarom u die keuze heeft gemaakt?”
   De zakenman liep naar zijn tafel, knielde met een been op het kale beton. Bekeek zijn werk alsof hij het meubelstuk voor de allereerste keer zag.
   “Drie poten. Ja. Waarom geen vier, vraagt u zich af. Ach, de meeste tafels hebben vier poten. Ik wilde al het overbodige schrappen, onderzoeken wat de minimale vereisten waren. Vandaar deze keuze. Vindt u de houtsoort niet bijzonder?”
   De keurmeester zette zijn aktetas op de grond en ging op zijn hurken zitten, naast de zakenman. Hij wreef bedachtzaam over het blad.  
   “U heeft lang gepolijst en de structuur van het hout komt prima naar boven. Ik zie dat u de poten ook wat sierlijk houtsnijwerk hebt willen meegeven. Op zich interessant. Maar kijk.”
De keurmeester pakte het blad bij één van de hoeken en duwde. De tafel zwaaide heen en weer, de derde poot kwam los van de grond. De keurmeester stond op en veegde wat stof van zijn bruine ribbroek.
   “Er is een reden waarom de meeste mensen kiezen voor vier poten. Het is verstandig om dat mee te nemen in een eventueel nieuw ontwerp.”

De zakenman opende de deur van de Volvo voor de keurmeester.
   “Zijn mijn kansen nog niet verkeken? Mag ik u weer bellen als ik een tweede prototype klaar heb? Want ik voel dat ik het in me heb. Ik weet dat ik de perfecte tafel kan maken.”
De keurmeester stapte in en legde zijn aktetas zorgvuldig op de stoel naast hem.
   “U kunt altijd een nieuwe afspraak maken via het hoofdkantoor. Vermeldt dan wel eerst even het aantal poten voordat u mijn expertise aanvraagt.”

De keurmeester grinnikte toen hij wegreed over het rondspattende grint. Zijn volgende afspraak was in een middelgrote stad, dit keer wel weer een rijtjeshuis. De eigenaar van het huis was een lange magere man met een designer brilletje op. De bril had een groen, vierkant montuur, de glazen hadden zoveel vetvlekken dat de ogen van de man versluierd waren. Aan de wanden van de woonkamer hingen zagen en boortjes en de boekenkast stond vol met boeken over houtsnijwerk. De keurmeester bewonderde de lage Italiaanse koffietafel van wit gelakt hout.
   “Kijk eens aan, wat een prachtig vakmanschap! Is dit waarom u mij hebt laten komen?”
   De man schudde minzaam zijn hoofd.
   “Het is een mooie tafel, zeker, maar wel behaagziek, pronkerig. Als een mooie vrouw zonder gespreksstof. Dit tafeltje is ooit door mijn ex aangekocht. Ze is al een tijdje bij me weg, maar ik heb geëist dat ik deze tafel mocht houden. Mijn eigen project staat hier naast de boekenkast.”
   Het was een langwerpige kartonnen doos, met in zwarte letters ‘REVOLUTIE III’. De man legde de doos op het koffietafeltje en opende een kartonnen flap. Binnenin lagen twee korte planken van triplex, een wat langer en breder exemplaar en een zakje met schroeven. De man overhandigde een A4-tje aan de keurmeester: de gebruiksaanwijzing, geheel in cryptische symbolen.
   “Geef de armlastigen gratis voedsel en ze blijven hongerig en lui. Geef ze een hengel en ze zullen hun buiken vullen én een constructief levensdoel vinden. Zo ook werkt het Revolutie-concept. Deconstructie en therapie in één.”
   De keurmeester gaf het A4-tje zwijgend terug en knoopte zijn jas dicht.
“Is al gedaan”, mompelde hij toen hij zichzelf uitliet.

Op het derde adres werd hij mee naar boven getrokken door een rossige vrouw rond de vijftig, in een wijde rode jurk. Twee trappen op, naar zolder. Ze hield zijn hand vast tussen vingers met vuurrode nagellak, en ging voorop naar een hoge ruimte vol kaarsen en kussens, waar wierook naar de hemelsblauwe nok van het dak kringelde. In het midden van de kamer stond een brede lage tafel. Vier korte gedraaide poten en daarboven een glimmend kersenhouten blad, achthoekig, met een ingelegde stervorm. De keurmeester liet zijn aktetas met een klap op de vloer vallen. De stervorm in het midden was gemaakt van een diepe donkere houtsoort, hij moest er even naar raden: wortelhout, palissander? De keurmeester streek langzaam met zijn hand over het samenspel van de twee houtsoorten. Naadloos. De vrouw zuchtte diep, alsof zijzelf werd gestreeld.

De keurmeester draaide zich om en moest even zijn stem terugvinden.
   “Mijn god, wat een techniek, en wat een glans! De houtnerven lijken wel te wervelen onder het oppervlak. Hoe heeft u dit voor elkaar gekregen?”
De vrouw zette haar bril op, die met een kettinkje rond haar hals zat.
   “Al mijn liefde, hoop en verdriet zitten in die tafel. Het is een project van tientallen jaren. Ik ga op het blad liggen, wordt één met het hout en knipper mijn tranen van kommernis en vreugde zorgvuldig over het oppervlak. Uren politoeren, met gebeden en zang. Stukje bij beetje heb ik mijn ziel in het hout gebracht.”
De inspecteur zuchtte, pakte zijn aktetas weer op en gaf de vrouw een welgemeende handkus.
   “Het is lang geleden dat ik zo’n uniek en individueel stuk heb mogen zien. Maar helaas is het voor onze firma onmogelijk om uw werk eervol te reproduceren, laat staan in massaproductie te brengen. En daar kwam ik voor: een oeuvre, om te delen met het hongerige publiek.”

In de auto onderstreepte hij haar adres. Op naar het laatste bezoek van de avond, dat een studentenhuis bleek te zijn. Er stak een touwtje uit de brievenbus. Toen niemand op de bel reageerde liet de keurmeester zichzelf naar binnen. Hij bevond zich in een donkere hal met een steile trap. Hij riep een groet naar boven. Geen gehoor. Toen hij halverwege de trap was ging er boven een deur open en verscheen er een blond meisjeshoofd over de balustrade.
   “Ik dacht al dat ik u hoorde. Kom verder!”
Ze frummelde nerveus aan haar paardenstaart terwijl ze hem binnenliet en zijn oordeel afwachtte.
   Haar kamer was klein. Er lag een matras op de grond, met een slapende zwarte kat op een vrolijke lappendeken. In de hoek stond een bureau vol boeken en schriften, aan de muur hingen ingelijste Franse filmposters.
De koffietafel in het midden van de kamer was duidelijk zelf gemaakt. Blank eiken, zonder vernis. Brede blokpoten, een dik blad. De tafel was wat laag maar bleek stevig en solide. Het hout voelde aangenaam glad aan. De keurmeester was blij: eindelijk had hij iets om aan het hoofdkantoor te melden. Van een jonge studente, en dat was een extra bonus.

De keurmeester gaf het meisje een hand en opende zijn aktetas.
   “Gefeliciteerd, ik denk dat ik wel kan zeggen dat de firma hier heel tevreden over zal zijn. Ik zou graag een foto willen maken als bewijs.”
Het meisje was duidelijk opgetogen en wilde aan de kant gaan voor de foto.
   “Nee nee, de artiest moet er ook bij.”
De keurmeester greep haar vriendelijk bij de schouder en dirigeerde haar naar de tafel. Ze keek verlegen weg, naar de muur, naar haar filmposters. 
   “Zo kom je natuurlijk niet goed over. Een beetje zelfvertrouwen! Je hebt talent, je gaat het helemaal maken.”
De keurmeester liep naar het meisje, streelde haar gezicht met zijn hand. Ze keek hem angstig aan, stond stokstijf. Hij gleed met zijn hand over haar haren, naar haar achterhoofd, en verwijderde voorzichtig het lint rondom haar paardenstaart. Deed een paar stappen naar achteren en richtte de camera op het meisje.
   “Haar los alsjeblieft. En lachen.”
Het meisje huiverde, sloeg haar armen over zichzelf heen. Prevelde woorden.
   “Zo wil ik het helemaal niet”, dacht de keurmeester te verstaan. Hij flitste op het moment dat het meisje naar de grond keek. Hij legde een visitekaartje op het bureau. Toen hij de kamer uiteindelijk weer verliet bond ze snel haar haren weer op.

De foto was wat wazig, zag hij even later in zijn auto. Maar de koopwaar stond er duidelijk op. Het was een lange dag geweest, vele zinloze kilometers op de weg, maar toch met mogelijk een hele goede vangst. Hij reed over de lange dijk met de populieren naar huis. Zijn koplampen vingen de bomen in het licht. Zoveel potentie, zoveel ruw materiaal. Zoveel mensen die het wilden maken, maar niet echt in de vingers hadden, niet wisten hoe de praktijk echt werkte.  

Thuis was het huis stil en donker. Zijn vrouw lag al in bed, hij hoorde zacht de geluiden van de TV achter de gesloten deur. Hij ging nog even bij zijn slapende dochtertje kijken en opende voorzichtig haar deur. Ze had zich weer losgetrappeld. Hij pakte het roze dekentje, streek een haarlok uit haar mondhoek en dekte zijn meisje toe.
     Beneden pakte hij een biertje uit de koelkast, trok zich terug in de bijkeuken en pakte de vernispot om de laatste hand te leggen aan zijn eigen project. Een piepkleine eettafel, voor het poppenhuis van zijn kleine meid. Langzaam en zorgvuldig gaf hij het nieuwste tafeltje een egale laag vernis. Morgenavond zou hij bekijken of zijn werk goed genoeg was. Hij zette het meubelstukje op een oude krant om het een nacht te laten drogen, naast de schoenendoos die vol zat met afgekeurde tafels en bureautjes. Alleen perfectie was goed genoeg. Hij dronk zijn lauwe biertje op in de huiskamer en viel op de bank in slaap.

Deel mij!