Kindervreugd

Kindervreugd

Ik had de klok toch stilgezet het tikken
verstoorde mijn concentratie
het witten, polijsten,
onderbroken door tochtige kieren en
bladderende vernislagen.

Ik blijf het afval sorteren maar de zakken
stapelen zich tegen de gevel op.
Kraaien pikken het plastic open
en gaan lachend aan de haal met wat ik
als onwenselijk had geclassificeerd.

Uitstulpingen, knoesten,
het geeft niet dat dat armpje kapot is schat.
Ik vraag me af wat de correcte manier is
hoe ik diep van binnen voelen moet
terwijl ik met eieren jongleer.

Witte uitlopers graven ongegeneerd
door de fundering heen. Onder is boven
maar buiten moet buiten blijven
vertel ik de doornstruik op de drempel
en de stemmen in de regenton.

Samen zingen we nog een keer
de alleroudste zeemansliedjes
Om het loeien van de storm te overstemmen.

Ik brei een nieuwe navelstreng,
spindel spinrag tot verhalen
klad in steno op oneven dagen
teentjes, tien. Herhaal, herhaal.

Ik bak hartenkoekjes die nog kloppen.
Eet ze, neem ze, nu ze warm zijn.
Hoe lang dat duurt dat weet ik niet.
Ik had die klok toch stilgezet.

Deel mij!